woensdag 6 januari 2016

De Macht van Rome


De laatste weken kwam ik het Romeinse Rijk meermalen tegen: er is de tentoonstelling van de bekering van Constantijn in 312, als tentoonstelling in de Nieuwe Kerk van Amsterdam. Dan de nieuwe opstelling van de Grieks-Romeinse wereld in Leiden. Dan heb ik na zijn boek over Flavius Josephus en Jezus, ook nog meer van Fik Meijer gelezen: Macht zonder grenzen. Rome en zijn imperium (uit 2005) en het volgende deel (uit 2014), Twee steden: opkomst van Constantinopel, neergang van Rome (330-608).
In de Nieuwe Kerk werd vooral benadrukt dat religie een vrije, private affaire was, zolang als je tenminste de grondslagen van de staat, de civl religion eerde en aan de nationale feestdagen meedeed ook als die soms een religieus trekje hadden (gebeden en offers voor en aan de Keizer). God bless America! In het Indonesië van Soeharto was dat de viering van Pancasila-zaken en -ethiek.
 Uit de nieuwe opstelling in Leiden: het ererondje van de allermooiste beelden die ze er hebben: in het midden keizer Trajanus, helemaal links de god Jupiter met de adelaar, die ook symbool voor het rijk en de keizer is geworden. Hieronder afbeeldingen van Bachus, god van de wijn met een vereerder (sater). Hij wordt aannemelijk gemaakt voor moderne mensen als de hoop op lente, nieuwe leven na de winter. Ze hebben penissen, anders zou je eerder aan vrouwelijke figuren denken. Jong en levenslustig, dat zeker.

In de algemene beschouwingen over de geschiedenis van het christendom worden de joodse wortels wel gezien als een sobere, realistische en praktische ethiek. De Grieken hebben de filosofische kwesties gesteld, zoals die over de verhouding van God-als-schepper-en-vader tegenover Jezus als Zoon van God. De Romeinen hebben orde geschapen, de organisatie van de kerk op touw gezet. Dat is vooral gebeurd in de verwarring van de 4e en 5e eeuw. Fik Meijer wijst vooral op de puasen Leo I en Gregorius de Grote. Maar al in de verwarring van de 3e eeuw moet de christelijke ethiek een belangrijke geestelijke kracht zijn geweest.
In grootse visioenen over de islamitische geschiedenis komt diezelfde driedeling wel voor en die heb ik vaker bij cursussen enthousiast aangeboden: de Arabieren van Mohammed hadden een heldere en praktische ethiek: de rijken moeten verantwoordelijkheid dragen voor de armen, vrouwen en zwakken. De Ene Godheid heeft alles gegeven, wij hebben het maar tijdelijk. Hij zal hen oordelen op de oordeelsdag. De Perzen hebben de grote vragen gesteld, zoals die over de verhouding tussen een eeuwige en barmhartige God tegenover een eeuwige en absolute Koran, Gods Woord. Zijn er dat twee of een? De Turken hebben de islam praktisch geregeld en sinds de val van het Turkse Rijk in 1918-1923 en de afschaffing van het kalifaat heeft de islam nog geen nieuw centrum, geen nieuwe formulering gevonden.

In Leiden is ook een kleine afdeling over de Romeinse tijd in Nederland. Het is natuurlijk wel fragmentarisch, maar er staan mooie stukken in. Allemaal gevonden langs de limes. Nogal wat is opgebaggerd bij de delta-werken zoals dit grote beeld van Nehelennia, kennelijk een Germaanse godin in een Romeins jasje.
Maar het mooiste blijft toch de Egyptische tempel, ooit voor Isis-Osiris en tijdgenoten, dan een kerk, uiteindelijk een moskee. En nu in een museum. Zijn die dan (mede) onze nieuwe kerken?

Geen opmerkingen: